Hynsteblom

Doe’t ik eartiids
Bûten boarte


Mei bleate fuotten
Tusken Bûterblommen


Gnodzjend op in soere Surk
Harkjend nei de Ljip en Ljurk

Der wie gjin moarn of juster
Der wiene ealjebijen
Pinksterblommen
En lizzend yn it gers tocht ik:

Later,

Later word ik paardenbloem
Met twee staartjes in mijn haar
Met mijn ogen stralend open
En mijn wimpers lieflijk geel


Dan draai ik altijd met de zon mee
Heb ik heel de winter vrij
Hoop ik dat de echte paarden
Dan niets lekkers zien in mij


Dat de wind vrij met mij danst
Met mijn voeten diep in d’aarde
En de kinderen rondom mij
Hun vreugde delen in die wei

En als ik dan wat ouder ben
Kroonbladeren zich verruilen voor het pluis
Ik kroezend tussen koeien
Mijn haren meegeef aan de wind


Dan spreid ik vleugels en mijn wezen
Kom ik overal tegelijk
Misschien kom ik je dan tegen

Meer verhalen