Rode Wijn

Het is rustig binnen. Er zit een groepje mannen aan de bar die lachend opkijken als ik
binnenkom. Ik neem plaats aan de bar. In de hoek rechts van mij zitten een jongen en een
meisje. Ze zwijgen, maar lijken mij te jong om nu al uitgesproken te zijn. Ik zie aan hun
gezichtsuitdrukkingen dat ze gelukkigere tijden hebben gekend dan nu. Ach, wat weet ik er
ook van. Ik draai me om en glimlach naar de barman. Ik bestel twee rode wijn. Hij vraagt of
ik er ook een glaasje water bij wil en ik knik. Ik kijk toe hoe hij zich omdraait, een fles rod
wijn van het rek pakt en de rode vloeistof in twee grote wijnglazen schenkt. Met een glimlach zet hij de glazen voor mij neer. Ernest zal zo wel komen.
We drinken van onze wijn, Ernest en ik. Ernest is al geruime tijd een vriend van mij. De tel in jaren ben ik kwijtgeraakt. We hebben elkaar ontmoet op een avond toen ik in mijn eentje aan de bar zat. Het ging niet goed met me. Ik voelde mij al geruime tijd eenzaam. Met de komst van Ernest verdween mijn eenzaamheid op de avonden dat hij bij me was. Hij kwam altijd als ik hem nodig had. Voor vanavond had ik hem opgebeld. Thuis kwamen de muren op mij af. Er was niemand waar ik mee kon spreken, behalve Ernest. De rest van de mensheid ontweek me alsof ik een besmettelijke ziekte had. Gelukkig heb ik Ernest.
‘Hoe gaat het met je?’ vraagt Ernest mij. Ik vertel hem dat ik mij wel red. Dat de beelden uit mijn verleden steeds meer vervagen. Alsof ik naar het verleden van een andere vrouw kijk als ik terugdenk. Aan zijn blik zie ik dat hij mij niet gelooft, maar dat hij besloten heeft er niets van te zeggen. ‘Dat is heel fijn voor je,’ zegt hij, terwijl hij me glimlachend aankijkt.
‘Nog een wijntje?’ vraag ik hem. Ernest knikt. Zijn glas is op een druppel na leeg.
‘Nog twee wijntjes graag,’ zeg ik tegen de barman. De barman knikt me glimlachend toe en schenkt de wijn met een sierlijk boogje in het glas. ‘Hoe heet je?’ vraag ik aan hem.
‘Kees,’ zegt hij, en met een knipoog loopt hij weer naar de andere wachtende gasten om hun bestelling op te nemen. ‘Bedankt Kees,’ zeg ik glimlachend. Hij steekt even zijn duim op. Met mijn vingers masseer ik mijn slapen. De muziek staat luid. Het kost me moeite om Ernest goed te verstaan. Hij vertelt over zijn moestuin, en ik doe mijn best om geïnteresseerd te kijken terwijl ik van mijn wijn drink. ‘Allemaal verse tomaten, sla en komkommers,’ zegt hij trots.

Meer verhalen